De IJe in Edam en Volendam

Frans Kwaad,
fysisch geograaf


Home
Contact

Andere websites van de auteur:
- Het ontstaan van West-Friesland
- Hoorn en het binnenwater: de vroegste geschiedenis van Hoorn
- De geschiedenis van Purmerend en omgeving 
- De dijkpeilstenen van burgemeester Hudde en de geschiedenis van het Normaal Amsterdams Peil (NAP)


IJe

Luchtopname van de slingerende IJe in de Zeevang ten noorden van Edam (Oneindig Noord-Holland)


West-Nederland en het Zuiderzeegebied zijn bedekt geweest met een metersdikke veenlaag. Rond het jaar 1000 AD is men het veen gaan ontginnen. Daardoor is het veen grotendeels verdwenen, is het bodemoppervlak gezakt tot beneden zeeniveau en moesten dijken worden aangelegd. De IJe was een riviertje in het veen dat vanaf Oosthuizen naar het zuiden stroomde, en ter plaatse van het latere Volendam uitmondde in de Zuiderzee. Het is nu geen natuurlijk stromend water meer, maar onderdeel van het polderwater waarvan de waterbeweging wordt bepaald door de bemaling. De monding lag ongeveer in het deel van Volendam dat wordt aangeduid als de Meer (het vroegere Volendammer Meer, drooggelegd in 1631). Dat was ook de haven van Edam. Edam had dus geen korte en goed te bezeilen verbinding met de Zuiderzee. Schepen moesten met paarden over de smalle IJe van zee naar Edam worden getrokken (gejaagd).  Het is duidelijk, dat Edam dringend behoefte had aan een betere verbinding met de Zuiderzee. Die is er gekomen in 1357. Toen is vanuit het centrum van Edam de oost-west verlopende Voorhaven gegraven naar het Oorgat aan de Zuiderzee. De nieuwe verbinding met de Zuiderzee maakte het mogelijk om de IJe af te dammen bij de monding in Volendam. De IJe werd daar dicht of ‘vol’ gemaakt, vandaar Vollendam.


IJe Zeevang

De IJe in de Zeevang (klik hier voor grote kaart door Jan-Willem van Aalst)




Beeldsnijder 1575

Midden Noord-Holland op de kaart van Beeldsnijder, 1575



Beeldsnijder 1575 Edam

Edam en omgeving op de kaart van Beeldsnijder, 1575.



Waterland

Zeeevang en Waterland, 1288 (reconstructie)




Zeevang

De Zeevang, ca. 1300. Op deze reconstructiekaart loopt de dijk langs de Zuiderzee aan beide zijden van de IJe landinwaarts tot Adam (Edam).



IJe 1680

De IJe op de kaart van Dou, 1680. Opvallend is het grote verschil in breedte van de IJe ten noorden en ten zuiden van Edam. Duidt dit
op een verschil in debiet (afgevoerde hoeveelheid water per tijdseenheid)? Zo ja, wat is daarvan dan de oorzaak?
De Zuiderzeedijk sluit
"'t Voor Ye" af van open zee. In 1680 is "'t voor Ye" al drooggelegd.





Zeevang

De Zeevang met de IJe, 1823


Waar lag de Vollendam waaraan Volendam zijn naam heeft te danken? Dat is niet precies bekend. Er worden twee mogelijke lokaties voor genoemd. Een logische plaats ervoor lijkt geweest te zijn waar de IJe overging in de Voor-IJe of Volendammermeer. Op de kaart van de Zuidpolder van Boonacker (1630) wordt op dat punt een sluis (met vraagteken) ingetekend door Boschma-Aarnoudse (2003, Kaart 1.4, p. 60). In de tekst gaat ze daar niet op in. Waar lag dat punt in het hedendaagse Volendam? Waar de Dijkgraaf Poschlaan overgaat in de Jupiterlaan? De kaart van Boonacker hieronder:



Boonacker Zuidpolder

Kaart van Edam en de Zuidpolder door S.W. Boonacker, 1630. De Zuidpolderzeedijk dateert uit de tijd 1310 - 1320. De Vollendam is het dijkgedeelte dat de monding van de Voor-IJe kruist.



Lufo Volendam

In bruin de waarschijnlijke lokatie van de Vollendam waaraan Volendam zijn naam heeft te danken. Zie de kaart van Boonacker uit 1630 hierboven.




Zuidpolder

Uitsnede uit Kaart 1.4 'De landen van de Zuidpolder'
(naar S.W. Boonacker, 1630) in Boschma-Aarnoudse (2003, p. 60).



In het archeologische ADC-rapport 2416  uit 2010 wordt een andere lokatie van de Vollendam genoemd:
"In 1357 werd de monding van het riviertje, de Voor IJe, door de aanleg van de 'Vollendam' afgesloten van de Zuiderzee. Op deze wijze ontstond een binnenmeer, het Volendammer Meer, dat in 1633 werd drooggelegd."
Dit houdt dus in dat het Volendammer Meer is ontstaan in 1357 (het Waterlands Archief zegt 1450). Deze lokatie van de Vollendam komt ook voor op de onderstaande kaart van Blaeu uit 1645.


IJe 1645

Deel van de kaart van Blaeu uit 1645 met Vollendam en de Vollendammer Sluys. Het
Volendammer Meer of de Volendammer Meerpolder staan niet ingetekend op deze kaart,
wel op de kaart van Dou uit 1680 (zie hierboven).



Welke van de twee genoemde lokaties is de juiste: aan het begin of aan het eind van de Voor-IJe? Gezien het feit dat er door de afdamming een meer is ontstaan, lijkt de lokatie van de dam (met sluis) aan de zeezijde van de Voor-IJe het meest waarschijnlijk.



Zuidpolder

De Zuidpolder met de IJe tussen Edam en Volendam




Zuidpolder

De Zuidpolder met de IJe tussen Edam en Volendam, 1866



Het afdammen van de IJe bij Volendam was wenselijk vanwege overstromingsgevaar door het binnendringen tijdens stormvloedeen van zeewater via de mondingen van de diverse veenriviertjes die uitwaterden op de Zuiderzee. In dat licht bezien is het zeer bijzonder dat Edam in 1357 toestemming heeft gekregen om een nieuwe verbinding tussen het Purmermeer en de Zuiderzee te graven. Op tal van andere plaatsen moest in die tijd juist de verbinding met het buitenwater worden gesloten. Dit heeft de gemoederen dan ook meer dan twee eeuwen lang danig beziggehouden. Bepaald was dat de nieuwe haven bij het Oorgat ten eeuwigen dage 'onversparret' (onversperd) mocht worden gebruikt. Dit was belangrijk, omdat door de vrije beweging van het eb- en vloedwater de haven zonder grote kosten op diepte kon worden gehouden. Uiteindelijk werd Edam in 1544 onder zware druk gezet om toch op twee plaatsen schutsluizen te bouwen (bij het Oorgat en onder de Vrouwen- of Dambrug). Door fel en deels lijdelijk verzet van Edam heeft het tot 1618 geduurd voordat de sluizen er (definitief) kwamen en inderdaad bij vloed werden gesloten. In 1828 zijn deze twee sluizen vervangen door een nieuwe zeeschutsluis aan het Oorgat en zijn de twee oude sluizen gesloopt.  



Oorgat Edam

De Voorhaven gezien vanaf de sluis bij het Oorgat (Foto VVV Edam)



Oorgat

Blik in de richting van het IJsselmeer vanaf de sluis bij het Oorgat (Foto VVV Edam)


Al eerder, tussen 1250 en 1310, was de IJe afgedamd in Edam (Boschma-Aarnoudse, 2003, 2007). Het is niet bekend hoe deze dam eruitzag en of hij met of zonder sluis is aangelegd. Het water van de IJe dat vanuit het noorden Edam bereikte, moest ergens heen. Dus een uitwateringssluis - het oudste sluistype (Arends, 1994) - is waarschijnlijk of zelfs een open dam (zie verder Boschma-Aarnoudse, 2003, pp. 79-81). Deze eerste dam in Edam heeft gelegen waar een oost-west verlopend deel van de Zeevangsdijk de IJe kruiste. Dat was naast de Kapsteeg. Daar was dus een (eenvoudig) waterstaatkundig werk nodig, i.c. een dam. Ten zuiden ervan liep de IJe verder via het water (bijgenaamd het 'Boerenverdriet') achter de huizen aan de westkant van de Spuistraat. In 1357, na de definitieve afdamming van de IJe in Edam, is de Wijngaardsgracht gegraven als omleiding voor het water van de IJe dat verder via een sluisje het water langs de Schepenmakersdijk kon bereiken. De loop van de IJe is tegenwoordig iets zuidelijker weer op te pakken en te vervolgen langs het Edammerpad naar Volendam. Waar lag die tweede en definitieve dam uit 1357 in de IJe in Edam? Op dezelfde plaats als de eerste dam? Het was niet bij de Dambrug, want die ligt over de Voorhaven. Heidinga (1986) zegt dat in 1357 het 'Boerenverdriet' aan twee zijden is afgesloten en via de Voorhaven is verbonden met de Zuiderzee.

Men had in 1357 de IJe ook kunnen verbinden met de nieuw gegraven Voorhaven. Dan was het Oorgat de nieuwe monding van de IJe geworden, had er zoet water door de Voorhaven gestroomd i.p.v. zout zeewater en had de stroming kunnen bijdragen aan het op diepte houden van de haven bij het Oorgat. En men had geen omleiding van de IJe hoeven graven in de vorm van het water langs het Bagijnenland en de Wijngaardsgracht. Waarom heeft men dit niet gedaan? Kennelijk had het aansluiten van de IJe op de Voorhaven toch meer bezwaren/nadelen dan voordelen. Bijvoorbeeld: het deel van de loop van de IJe naar Volendam zou droog zijn komen te staan, dus daar geen vaarroute meer. 



Edam waterlopen

Het Boerenverdriet, een van de stadswateren (in blauw) van Edam, ingekleurd op de kadasterkaart van 1823 (vervaardiger S.P. van Diggelen).



IJe

De loop van de IJe (in dikke zwarte lijnen, dam in bruin) door
Edam ten tijde van de afdamming
tussen 1250 en 1310
naar Kaart 2.2 door Boschma-Aarnoudse (2003, p. 78)



Edam Dienaarssluisje

Een deel van de oorspronkelijke loop van de IJe met het Dienaarssluisje, naast het huis Bult 31 (foto VVV Edam).




Het Zij

De IJe in Edam met het schutsluisje bij de Lingerzijde, blik naar het noorden (Foto mapio.net). De straat links is de Wijngaardsgracht, rechts Het Zij.



Het Zij

De IJe in Edam met het sluisje bij de Lingerzijde, blik naar het noorden (Foto mapio.net). De straat links is de Wijngaardsgracht.



Lingerzijde

Sluisje in de IJe bij de Lingerzijde, blik op de Schepenmakersdijk (Foto mapio.net)


De vraag ligt voor de hand, waarom Edam op zo'n ongunstige lokatie, verkeerstechnisch gezien, is ontstaan. Waarom is de IJe rond 1300 niet direct aan de monding afgedamd, en waarom is toen niet dáár een nederzetting ontstaan i.p.v. op een onpraktische afstand van 4 km landinwaarts langs de IJe? Dat had de moeite bespaard om schepen 4 km de IJe op te slepen, en er was geen kanaal (de Voorhaven) nodig geweest van Edam naar het Oorgat incl. twee eeuwen gesteggel over het plaatsen van een sluis bij het Oorgat. Waarom heeft men voor de vestigingsplaats van Edam de moeilijke weg gekozen? Wat was daarvan de reden? Volendam bestond rond 1300 nog niet. Dus dat lag niet 'in de weg'. Volendam is pas 150 jaar later ontstaan volgens het Waterlands Archief:
"Toen Edam kort na 1357 via het Oorgat (in oostelijke richting) een nieuwe verbinding met de Zuiderzee kreeg, kon de oude havenmond (in zuidelijke richting), in de monding van het riviertje de Ye, dicht ('vol') worden gemaakt. Die dam kwam gereed in 1450. Rond de dam in de Ye vestigden zich toen enkele vissers en boeren, waarmee de geschiedenis van Volendam ('Vollendam') begon."


Heidinga (1986) oppert vier mogelijke verklaringen voor de ligging van Edam, als volgt:
     "Nu  iets  over  de  plaats  van  Edam. Zoals  gezegd  vormde die  Ee  de  toegang  tot  het  achterland.  Over  dit  watertje  - nu  de  sloot  langs  het  Volen-dammerpad - voeren  de  handelsschepen  tot  Edam.  Voor  alle  duidelijkheid:  in  de  tijd  waarover  we  nu  spreken  bestond  de  Voorhaven  nog  niet, laat  staan  de  Nieuwe  Haven.  Die Voorhaven  is  later  gegraven  om  een kortere  verbinding  met  de  zee te  krijgen.  Dit  roept  de  vraag  op  waarom Edam  dan  niet  wat  dichter  bij  de  riviermonding  is  gesticht,  dan  had men  heel  wat  kosten  en  moeite  kunnen  besparen.  Er  moet  een  verklaring  zijn  voor  deze  zo  schijnbaar  onpraktische  ligging  van  Edam. 
     Een  reden  zou  kunnen  zijn  dat  juist  ter hoogte  van  Edam  de  afstand  tussen de  Ee  en  de  Purmer  zeer  gering  is. Men  zou  die  twee  verbonden  kunnen hebben,  waardoor  Edam  niet  alleen een  toegang  vormde  voor  Middelie en  Warder,  maar  ook  voor  Kwadijk en  Hobrede  (of  eigenlijk  hun  beider voorganger:  het  nu  verdwenen  Drei bij  Hobrede).  We  weten  alleen  niet hoever  de  Purmer  zich  omstreeks 1100  uitstrekte,  zelfs  niet  of  er  al  een meer  was  (de  Purmer  was  oorspronkelijk  een  rivier).
     Een  andere  verklaring  is dat  Edam werd  gesticht  bij  de  zuidgrens  van de  ontginningen  van  Middelie  en Warder.  Een  veendijkje  kan  deze ontginningen hebben afgeschermd tegen  wateroverlast  uit  het  onontgonnen  gebied  van  de  huidige  Zuidpolder.  Zulke  veendijkjes  zijn  nu nog  in  Waterland  terug  te  vinden  in de  gouwen.  Het  is  mogelijk  dat  er toen  reeds  een  sluisje  in  de  Ee  is aan gelegd  om  de  waterhuishouding  in het  ontgonnen  gebied  te  beheersen. De dam?
     De  derde  verklaring  is  het  meest gangbaar.  De dam  van  Edam  zou  het sluitstuk  zijn  van  de  grote  omringdijk  van  de  Zeevang,  die  omstreeks 1200  moet  zijn  aangelegd.  De dijk  beschermde  het  restant  van  het  ontgonnen  veenlandschap,  waarvan  in de  voorafgaande  eeuw  misschien wel  de  helft  door  het  water  verzwolgen  was  (o.a.  een  deel  van  het  oude Warder).  Inderdaad  zijn  op  veel plaatsen  waar  rivieren  op  deze  wijze zijn  afgedamd,  dorpen  en  steden  ontstaan  waarvan  de  naam  op  -dam  eindigt.  Als  Edam  tot  deze  groep  behoort  kan  de  plaats  niet  ouder  zijn dan  ca.  1200,  het  moment  dus  dat  de Zeevang  werd  bedijkt.  Archeologisch  onderzoek  zal  de  oplossing moeten  geven.  We vermoeden  echter dat  Edam  ouder  is  dan  die  dijk. Er kan,  zoals  gezegd,  al  veel  eerder  een waterkering  in  de  Ee  hebben  bestaan,  die  dam  genoemd  werd.
     Maar het  is  ook  mogelijk  dat  de  bewuste  dam  helemaal  geen  waterkering  geweest  is. Het  woord  'dam'  kon in  de  middeleeuwen  bijvoorbeeld ook  'verhoogd  voetpad  langs  het  water'  betekenen,  in  elk  geval  iets  wat door  aanplempen  was  ontstaan. Welnu, dat was Edam.
" (Uit: Periodiek Vereniging Oud Edam, 1986, nr. 2)

Boschma-Aarnoudse stelt in hoofdstuk 2 van haar proefschrift uit 2003 de vraag naar het 'waarom' van de ongunstige ligging van Edam opnieuw expliciet aan de orde. Enkele citaten uit hoofdstuk 2:
p. 71:
"Edam is ontstaan aan de IJe, ver stroomopwaarts op een logistiek ongunstige plaats vanwege de slechte bereikbaarheid voor schepen (vanaf de Zuiderzee). ....... Ontstaan en vroegste ontwikkeling van Edam is een met veel onzekerheden omgeven vraagstuk. Dit geldt evenzeer voor de factoren die hierin een rol hebben gespeeld. ..... In dit hoofdstuk wordt de natuurlijke situatie onder de loupe genomen. Landschappelijke aspecten zouden een sleutel kunnen zijn met betrekking tot de vraag naar het 'waarom' van de landinwaartse ligging van Edam."
p. 104:
"De in de inleiding van dit hoofdstuk gestelde vraag naar het 'waarom' van de landinwaartse ligging heeft geen expliciet antwoord opgeleverd."
 
De vraag naar het 'waarom' van de ongunstige ligging van Edam is dus nog niet definitief en eenduidig beantwoord.



Edam 1560

Edam volgens Van Deventer, 1560


Edam Brouwer 1599

Edam volgens Jacob Jansz. Brouwer, 1599. Opvallend is de zeer breed getekende loop van de IJe ten noorden van Edam.



Edam Blaeu

Edam volgens Blaeu, 17e eeuw




Edam 1649

Edam volgens Frederick de Wit, 1649



Edam 1743

Edam volgens Tirion, 1743



Edam

Edam in 2015



Volendam

Volendam in 2015. De IJe loopt diagonaal door de bebouwing, van links boven naar rechts onder. Hij volgt de zuidelijke
oever van het voormalige Volendammer Meer dat in 1631 is drooggelegd. De huidige loop van de IJe door Volendam is dus
door menselijk ingrijpen bepaald. Zie de kaart hieronder.



Volendammer Meerpolder 1907

De IJe langs de zuidgrens van de Volendammer Meerpolder in 1907 (Bron: Poldersporen)



Resumerend staan de volgende vragen open:
1. Waarom is Edam niet aan zee ontstaan?
2. Waar lag de Vollendam?
3. Waar lag de tweede dam (uit 1357) in de IJe in Edam?
4. Waarom heeft men in 1357 de IJe in Edam niet aangesloten op de Voorhaven en het Oorgat?


Bronnen
- Arends, G.J., 1994. Sluizen en stuwen. De ontwikkeling van de sluis- en stuwbouw in Nederland tot 1940. Bouwtechniek in Nederland 5, Delftse Universitaire Pers, 279 pp.
- Borger, G.J. en Bruines, S., 1994. Binnewaeters gewelt, 450 jaar boezembeheer in Hollands Noorderkwartier. Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier en Stichting Uitgeverij Noord-Holland, Wormerveer, 176 pp.
- Boschma-Aarnoudse, C., 2003. Tot verbeteringe van de neeringe deser Stede, Edam en de Zeevang in de late Middeleeuwen en de zestiende eeuw. Proefschrift Universiteit van Amsterdam, Uitgeverij Verloren, 488 pp.
- Boschma-Aarnoudse, C., 2007. Edam, behouden stad. Houten en stenen huizen 1500-1800. Uitgeverij Matrijs, 327 pp.
- Eerden-Vonk, M.A. van der, 1989. De 17e-eeuwse Edamse landmeter en kaartmaker Sijmon Willemszoon Boonacker. Caert-Thresoor, 8, nr. 4, pp. 95-103.
- Eerden-Vonk, M.A. van der, 1989. Restauratie van twee oude Edamse kaarten. Periodiek Vereniging Oud Edam, jaargang 13, nr. 3.
- Heidinga, H.A., 1986. Bevoorrading kolonisten gaf de Edamse nederzetting marktfunctie.  Periodiek Vereniging Oud Edam, jaargang 10, nr.2.
- Speet, B., 2007. Edam, duizend jaar geschiedenis van een stad. Waanders Uitgeverij Zwolle - Vereniging Oud Edam, 400 pp.
- Waterlands Archief (website)
- Gemeente Edam-Volendam (website)


Purmerend, 1 november 2016